Els en Frits – Korte biografie van een huwelijk


Midden in de oorlog is er niet veel vertier. Spertijd. Eten op de bon. Alleen dansles biedt ontspanning. En wekelijks is er een bal. Het is daar dat Els die lange knul voor het eerst ziet. Verlegen zit hij langs de kant. Dat is niet zo gek, hij heeft pas één les gehad. Zodra de dames de heren mogen vragen, grijpt Els haar kans. Ze vraagt Frits ten dans. Frits vind Els zo leuk, dat hij liegt over zijn leeftijd. Hij is pas zeventien en Els al twintig. Op dit bal slaat de vonk over.

Samen overwinnen ze de nodige tegenslagen. Eén van de eerste avonden uit krijgen ze ruzie. Frits wil dat hun eerste zoon Frits Jacobus gaat heten. Net als hijzelf en zijn vader. Els vindt dat maar niets. Drie Fritsen is haar te veel. In 1944 moet Frits onderduiken. Hij is spoorman en op bevel van de regering in Londen gaat het spoor in Nederland plat. Er wordt gestaakt. Maanden zien Els en Frits elkaar niet. Blij vieren ze samen de bevrijding. De vader van Frits ziet niets in Els. Els is kleuterleidster en geen goede partij voor de enige zoon van vader Frits Jacobus sr. Door beide tegenslagen laten de jonge Els en Frits zich niet ontmoedigen.

Na jaren verloving, komt het huwelijk van Els en Frits toch nog onverwacht. In januari 1950 hoort Frits dat hij per 1 maart wordt overgeplaatst van Station Leiden naar Station Arnhem. Arnhem is op dat moment nog grotendeels verwoest door de hevige gevechten in de oorlog. Om kans te hebben op een woning besluiten Els en Frits nog in Februari te trouwen. Ze halen het nog net met de ondertrouw en de trouwdatum wordt vastgesteld op 28 februari. Het gaat allemaal zo snel, dat Els haar opzegtermijn op de kleuterschool in wassenaar niet af kan maken. Er komt een raadsbesluit dat ze gehuwd nog enige tijd mag doorwerken. Zodat er een nieuwe kleuterleidster kan worden aangenomen.

Dan verschijnt op 28 februari een hoge functionaris van de Nederlandse Spoorwegen op station Leiden. Hij heeft de overplaatsing papieren op zak. “Ik zoek Frits Klaasen”. Zegt hij. “Dan moet je naar het stadhuis. Hij trouwt vandaag” zegt de loketmedewerker. De hoge functionaris gaat naar het stadhuis en feliciteert de pasgetrouwde Els en Frits op de receptie namens de Nederlandse Spoorwegen. De papieren houdt hij op zak. De volgende dag hoort Frits dat de overplaatsing niet doorgaat. Er was bewust gekozen voor een vrijgezel voor de post in Arnhem. En getrouwd man is veel te lastig gezien de woningnood in Arnhem. De overplaatsing gaat niet door. Els en Frits trekken in bij de ouders van Frits op de Sitterlaan in Leiden. Op zolder. Op deze wijze hoeven ze niet te verhuizen. Want met het vertrek van Frits zou hun huis anders te groot worden voor een echtpaar zonder kinderen.

In 1954 verhuizen Els en Frits naar Bergen op Zoom. Daar worden Alfred en Hugo geboren. Alfred Alexander wordt vernoemd naar zijn in de oorlog omgekomen Poolse oom Alexander. Hugo Marinus wordt vernoemd naar opa Marinus van Halst. Als de geboortekaartjes van Hugo bij de drukker liggen, blijkt Hugo ernstig ziek. Frits vergeet nooit hoe hij de verpleging om hulp vroeg, maar deze niet kreeg. zal dit nooit vergeten. Terwijl de nonnen in het Katholieke ziekenhuis van Bergen op zoom bidden tijdens de mis, sterft Hugo. Amper een dag oud.

In 1960 wordt Frits opnieuw overgeplaatst. Naar Utrecht ditmaal. Hij wordt leraar aan de hogere bedrijfsschool. In Utrecht wordt Elmer thuis geboren. Els en Frits vertrouwen hun derde zoon niet aan een ziekenhuis toe. Ook wordt Elmer niet vernoemd.

De grote hobby van Frits is vissen. Vele weekenden trekt hij er op uit. Tijdens de vakanties in St. Maartenszee steekt hij zelf de pieren tussen de golfbrekers. Met de werkhengel vangt hij een maaltje aan het strand. Tot 1976 wonen Els en Frits met hun beide zoons in Utrecht. Dan verhuizen ze naar Nieuwegein. Hier voelen ze zich thuis. In de jaren 1980 begint Els met haar grote hobby. Pottenbakken. Wekelijks gaat ze naar het atelier van Lea voor les. De hele familie voorziet ze van beeldjes en zelfgebakken servies. Ze exposeert en maakt de mooiste dingen.

Na de VUT van Frits, gaan ze er met de Caravan op uit. Door het trekken met de caravan pikt Frits een nieuwe hobby op: Jeu de Boules. Veel naar Frankrijk, maar ook naar Polen, Spanje en Portugal. Van alle vakanties en reizen maakt Els plakboeken waar in detail wordt vastgelegd hoe de reis verloopt.

Frits overlijdt nog relatief jong in 1996, 70 is hij pas. In het Antonius ziekenhuis in Nieuwegein. Els stort zich op haar hobby en gaat een tijd lang nog alleen met de caravan op pad. Ook trekt ze veel op met haar familie uit Haarlem. Ze gaat met hen op vakantie en met oud en nieuw is ze in daar te gast.

Als ze ouder wordt, en minder mobiel, gaat Els haar Frits steeds meer missen. Tot een half jaar voor haar dood in 2011 woont ze nog in boerderij Bos. Haar laatste maanden brengt ze door in De Conickshof in Vleuten.

Verzuiling, de socialistische zuil?

Opa van Halst was geheelonthouder. Opa Klaasen was zetter. Ook was hij overtuigd atheïst, hij had zelfs een atheïsten bijbel. Beide waren overtuigd aanhanger van de SDAP. Tot begin jaren 1970 gold dat ook voor mijn ouders. Vader was actief in het FNV en steevast werd het vakje bij de PvdA roodgemaakt in het stemhokje. Ook was mijn vader actief in de vakbond. Hij volgde diverse kader trainingen. Tot haar dood bleef mijn moeder lid van de VARA. Op verjaardagen werd druk gediscussieerd over politiek, bijvoorbeeld met tante Truus. Een nicht van mijn moeder uit Haarlem. Vrijwel haar hele jeugd woonden ze naast elkaar. Tante Truus was actief kaderlid van de PvdA. Zonder enige twijfel hoorden mijn beide ouders bij de socialistische zuil.
In 1955, toen mijn vader assistent stationschef was in Bergen op Zoom, werd dit pijnlijk duidelijk gemaakt door de Pastoor. Mijn ouders woonden sinds kort in een nieuwbouw flat toen mijn broer Alfred werd geboren. Korte tijd later werd ook een baby geboren bij de buren. De Pastoor kwam bij deze katholieke buren op kraamvisite, en feliciteerde hen met de eerste geboorte in de straat. Verbaasd wezen de buren op de geboorte van Alfred. De Klaasens waren toch de eerste? “Die zijn niet van de parochie” vatte de Pastoor de verzuiling kort samen.

Deze gebeurtenis, plus de omstandigheden rond het overlijden van mijn broertje Hugo een dag na de geboorte, maakten dat mijn vader niet veel op had met de katholieke zuil. Eind jaren zeventig kreeg ik nog het advies om vooral niet met een katholiek meisje te trouwen.

Tot zover lijkt alles duidelijk. De hokjes zijn afgebakend. De verzuiling is bevestigd.

Niets is minder waar. Om te beginnen was daar oom Bil. Die was bankdirecteur en hoorde bij de liberale zuil. En dan was er nog een oom die aannemer was. Oma Klaasen was gelovig luthers. En overgrootmoeder Eek streng gereformeerd. Op zondag mocht er maar uit één boek worden gelezen, de Bijbel. Mijn beide ouders lieten zich dopen. En mijn moeder werd lid van de VCJC (Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale). Met de VCJC ging zij samen met haar beste vriendin Janny op zomerkamp.

Het verhaal van mijn ouders is maar een voorbeeld, maar het geeft aan dat de scheiding tussen de zuilen niet absoluut was. Leden van dezelfde familie konden bij verschillende zuilen horen. En ook was het geen uitzondering om gelijktijdig deel uit te maken van organisaties van verschillende zuilen. Het voorbeeld van mijn ouders onderschrijft de nuancering in “verzuiling is een mythe” in het geschiedenis magazine van oktober 2011.